China onder de Communistische Partij (1949–1976)

In 1950, na het verjagen van de KMT (Kuomintang), ontstond voor het eerst in een lange tijd één China onder één regering. De CCP (Communistische Partij van China) nam de politieke macht stevig in handen: het was de enige partij die de macht had. Elk overheidsorgaan, medium en bedrijf kreeg een partijlid aan het hoofd. Zo kon Mao Zedong, samen met de CCP, controle krijgen over alle aspecten van het dagelijks leven. China was nu officieel een totalitaire staat.

Het volk werd geïndoctrineerd met marxistisch-leninistische propaganda via affiches, films, theater, strips, luidsprekers, radio en nog veel meer. De partij propageerde dat de arme arbeiders en boeren moesten vechten tegen landeigenaren, KMT-leden en andere “verdachte elementen”. Het was een strijd van arbeiders en boeren tegen de bezittende klasse. Verdachte personen werden in het openbaar vernederd, doodgeslagen of geëxecuteerd.

Ook de boeren zelf waren slachtoffers: zij werden gearresteerd, mishandeld of vermoord omdat ze werden aangemerkt als “rijke boeren”, “uitbuiters” of “landheren”, zelfs als ze gewoon arme boeren waren. Hun grond en bezittingen werden in beslag genomen door partijleden of verdeeld onder de rest van de bevolking.

Aan westerse invloed kwam een einde. Hongkong en Macau mochten behouden blijven door respectievelijk de Britten en Portugezen. Maar alle andere westerse buitenlanders moesten al hun eigendommen inleveren en het land verlaten. Honderden studenten, geestelijken, artsen en ondernemers werden gearresteerd, mishandeld en vermoord.


China’s relatie met de Sovjet-Unie

In de jaren 1950 stond China aan de kant van de Sovjet-Unie. Eind 1949 ging Mao naar Moskou om een vriendschapsverdrag te tekenen, waarbij beide landen elkaar militaire hulp beloofden als ze aangevallen zouden worden. Zo stuurde China tijdens de Koreaanse Oorlog (1950–1953) honderdduizend troepen naar Korea.

Net als de Sovjet-Unie zette China een Vijfjarenplan op, gericht op zware industrie en mijnbouw, met name staalproductie. Ook mocht de Chinese bovenlaag studeren in de Sovjet-Unie.

Toch hield de goede relatie tussen China en de Sovjet-Unie niet lang stand. Na de dood van Stalin in 1953 ging het al snel bergafwaarts. Zijn opvolger, Nikita Chroesjtsjov, uitte kritiek op Stalins geweld en pleitte voor vreedzame coëxistentie met het kapitalistische Westen. Mao voelde zich aangesproken door deze kritiek, maar verwierp Chroesjtsjovs ideologie.

Mao verwierp het idee van coëxistentie en vond dat alle communisten met alle middelen moesten streven naar een wereldrevolutie. Hij beweerde zelfs dat hij kernoorlog geen probleem vond, omdat er altijd wel Chinezen zouden overblijven – een opmerking die in schril contrast stond met zijn eigen massamoorden op miljoenen Chinezen.

Toen Mao Chroesjtsjov revisionist noemde, verbrak de Sovjetleider het contact met China. Hij stopte de economische hulp, haalde alle Sovjet-adviseurs terug en trok de steun in.


Internationaal isolement

In 1958 startte Mao de [Grote Sprong Voorwaarts](![Grote Sprong Voorwaarts), een plan waarbij alle privebezit werd afgeschaft. Ook werden boerderijen en dorpen samengevoegd tot communes, waarin iedereen alles deelde: ze moesten samen werken, samen eten en samen slapen in slaapzalen. Tientallen miljoenen Chinezen moesten hun woonplaats verlaten om te helpen in de communes of bij het graven van kanalen, dijken en waterreservoirs.

Het idee was dat door hard te werken, China welvarender zou worden. Ook kregen alle communes een kleine hoogoven om ijzererts te smelten tot staal. Hoewel de propaganda stelde dat alles geweldig ging, was de werkelijkheid catastrofaal:

  • Uitgeputte boeren produceerden weinig voedsel.
  • De hoogovens waren een fiasco: er was nauwelijks ijzererts, dus om hun quota te halen, gooiden mensen apparatuur, pannen en bestek in de ovens. Dit leidde tot slecht kwaliteit ijzer en geen staal.

Pas in 1961 kwam er een einde aan het project. Naar schatting zijn door honger en uitputting 45 miljoen mensen omgekomen.

Mao gaf nooit toe dat het project een mislukking was, maar tussen 1962 en 1965 werd er een pragmatisch economisch beleid uitgevoerd. Hiermee herstelde de economie enigszins:

  • De communes werden kleiner.
  • Boeren kregen weer een beetje privebezit.
  • Ze mochten weer handelen op lokale markten.

Door deze veranderingen verbrak de Sovjet-Unie de vriendschapsband met China, waardoor China ook zijn contact met de Oostbloklanden verloor. China ging daarom handelen met Azië, Afrika en Latijns-Amerika en gaf leningen aan Afrikaanse landen.

Mao was eigenlijk tegen dit pragmatische economische beleid, maar hij was bang dat de partij hem anders aan de kant zou schuiven. Daarom begon hij met persoonsverheerlijking. In 1964 verscheen het “Rode Boekje” van Mao, waarin hij als een soort god werd afgeschilderd. Zijn partijgenoten vonden dit onschuldig en zolang zij de politiek mochten voeren, was dat helemaal prima. Maar zij vergisten zich.


De Culturele Revolutie (1966–1976)

In 1966 begon Mao de [Culturele Revolutie](![Culturele Revolutie). Hij noemde het “de grootste revolutie en verandering van de maatschappij in de geschiedenis van de mensheid”. Hij wilde dat de maatschappij radicaal moest veranderen: er moest een einde komen aan het vasthouden aan oude cultuur, oude gewoonten en oude gedachten.

Zo wilde hij het confucianisme uitroeien. Mao riep de jongeren op om in opstand te komen tegen de ouderen. Omdat ze geïndoctrineerd waren, luisterden de Rode Gardisten (zo noemden de jongeren zichzelf) naar Mao. Zij trokken naar universiteiten, waar ze docenten martelden, vernederden en vermoordden.

De Culturele Revolutie was:

  • Anti-traditioneel
  • Anti-intellectueel
  • Xenofobisch (tegen buitenlandse invloeden)

Scholen werden gesloten, boeken verbrand, uitgaansgelegenheden gesloten en verwoest. De enige ontspanning die was toegestaan, was de vereering van Mao.

Mao maakte gebruik van de Culturele Revolutie om de partij van hoog tot laag te zuiveren. De revolutie ontwrichtte de maatschappij, zorgde voor grote culturele schade en miljoenen slachtoffers die vernederd, mishandeld, gevangengezet, verbannen of vermoord werden.

In 1969, drie jaar na het begin van de revolutie, verklaarde Mao het project voor beëindigd. Toch bleven de gedachtengoed en methoden van de revolutie bestaan tot aan Mao’s dood in 1976.

Tijdens de Culturele Revolutie keerde China zich tegen het Westen. Het land steunde Noord-Vietnam (communistisch) in de Vietnamoorlog tegen de VS en Zuid-Vietnam. De verhouding met de Oostbloklanden en de Sovjet-Unie verslechterde ook, wat in 1969 leidde tot een grensoorlog met de Sovjet-Unie.


Internationale contacten en economische hervormingen

Na de dood van Mao wilde China zijn isolement doorbreken, vooral omdat het hulp nodig had om de Sovjet-Unie bang te maken. In 1971 nodigde China daarom het Amerikaanse tafeltennisteam uit. Zij waren de eerste Amerikanen die de Volksrepubliek China mochten binnenkomen. De VS had op haar beurt China nodig om een einde te maken aan de oorlog in Vietnam.

Later dat jaar steunde de VS de toetreding van de Volksrepubliek China tot de VN, waarna China de Veiligheidsraadzetel overnam van Taiwan.

In 1972 schudde Mao de hand van Richard Nixon, en was China weer in gesprek met de wereld.


Deng Xiaoping en de economische hervormingen

In 1978, twee jaar na de dood van Mao, werd Deng Xiaoping de politieke leider van China. Hij brak met de gedachtengoed van de Culturele Revolutie en startte een nieuwe koers: de “Vier Moderniseringen”. Hiermee wilde hij China een welvarende wereldmacht maken. Hij voerde grote veranderingen door in:

  • Landbouw
  • Wetenschap
  • Technologie
  • Industrie
  • Defensie

Communes werden opgeheven, en boeren mochten het grootste deel van hun oogst verkopen op de vrije markt. Ook liet Deng tienduizenden Chinezen in het buitenland studeren, om zo China wetenschappelijk en technologisch vooruit te helpen.

Aan de vijandigheid tegen buitenlanders kwam een einde. Er kwamen speciale economische zones voor buitenlandse bedrijven. Ook staatsbedrijven namen een kapitalistischere aanpak aan.

Deng bezocht de VS, Singapore en Maleisië om inspiratie op te doen. Ook sprak hij met de Britse premier af dat Hongkong in 1997 terug zou keren naar China, op voorwaarde dat de stad kapitalistisch en vrij zou blijven. Met Portugal werd een soortgelijke deal gesloten voor Macau, dat in 1999 terugkeerde naar China.


Tiananmenplein en verdere hervormingen

Sommige communistische leiders vonden dat, naast de economie, ook de politiek geliberaliseerd en gemoderniseerd moest worden. Deng voelde daar niets voor.

Toen in april 1989 dagelijkse protesten op het Tiananmenplein uitbraken voor democratie en vrijheid, werden deze alleen maar heftiger toen de Sovjetleider Gorbatsjov (die in de Sovjet-Unie wel de liberale weg had genomen) China bezocht.

Na Gorbatsjovs vertrek werd in de nacht van 3 op 4 juni 1989 ingegrepen door het leger met tanks. Hierbij vielen minstens 10.000 doden.

Conservatieve politici wilden in 1989 ook de economische hervormingen terugdraaien, maar Deng maakte duidelijk dat die juist verder moesten gaan. Hij zei:

“Socialisme is iets anders dan gedeelde armoede. Ik wil dat de Chinese burger streeft naar rijkdom.”

Dit lukte ook: vanaf 1994 steeg de economie elk jaar met 10%. De landbouwstedelijke samenleving veranderde in een industriële samenleving met tientallen miljoenensteden. Hoewel de armoede daalde, nam de kloof tussen arm en rijk sterk toe. Rijke ondernemers en corrupte functionarissen verdienden veel geld, terwijl arbeiders maar net iets meer maakten dan het minimumloon – wat volgens Europese normen vaak slecht was.


Dengs erfgoed en verdere groei

Deng trok zich in 1992 terug, maar hield achter de schermen nog wel invloed. Ook onder president Jiang Zemin (1993–2003) lag de nadruk op economische groei. China werd economisch nog vrijer:

  • Staatsbedrijven werden geprivatiseerd.
  • Van het communistische ideologie bleef weinig over.
  • Ondernemers mochten nu lid worden van de partij.

In 2001 werd China lid van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de intergouvernementele organisatie die toeziet op de naleving van handelsovereenkomsten tussen landen. China werd bestempeld als ontwikkelingsland en mocht zich beschermen tegen buitenlandse concurrentie.


Conclusie: Van chaos naar economische groei

Vanaf 1842 had China meer dan een eeuw chaos en vernedering gekend. Daarom lieten de leiders, uit angst voor chaos en afkeer van zwakte, democratie niet zomaar toe. Toch groeide China uit tot een economische wereldmacht, met een unieke mix van communisme en kapitalisme.