Begintijd van de Republiek (1912–1927)

In 1912 werd de Republiek China gesticht door Sun Yat-sen. Hij werd op 1 januari 1912 in de havenstad Nanjing ingehuldigd als eerste president. Drie dagen eerder was hij door de Nationale Vergadering gekozen.

Sun Yat-sen was de eerste Chinees die afstudeerde in de westerse geneeskunde. Hij sprak vloeiend Engels en had lange tijd in de VS en Japan gewoond, nadat hij in 1896 na een mislukte opstand tegen de keizer was gevlucht.

Zijn droom voor China was een republiek gebaseerd op westerse voorbeelden, met drie kernprincipes:

  • Nationalisme
  • Democratie
  • Welvaart

Deze drie principes vormden de “Drie Volksbeginselen”, zoals Sun Yat-sen ze noemde.

Helaas nam de armoede op het platteland toe, en kwam er geen einde aan de vernederende buitenlandse invloed en de import van opium. Bovendien kwam de democratie niet van de grond.


Yuan Shikai en de val van de democratie

Enkele maanden na de uitroeping van de republiek werd generaal Yuan Shikai – dezelfde generaal die de neef van Cixi van de troon had gestoten – president. De reden hiervoor was dat Yuan had meegewerkt aan de vorming van de republiek. Sun Yat-sen beloofde Yuan het presidentschap als hij ervoor zou zorgen dat de keizer aftrad. Yuan reed naar de Verboden Stad en dwong de keizer tot aftreden.

Sun hield zich aan zijn belofte, en Yuan werd president. Sun hoopte Yuan in toom te houden met het parlement. Helaas kocht Yuan parlementleden om, intimideerde of vermoorde ze. Sun richtte zijn eigen Nationalistische Partij op: de KMT (Kuomintang). Hoewel de KMT de verkiezingen won, verbood Yuan de partij. Sun riep opnieuw op tot een revolutie, maar duizenden opstandelingen werden geëxecuteerd, en Sun vluchtte opnieuw naar Japan.

Ook Yuan lukte het niet om China onder controle te krijgen. Na zijn dood in 1916 viel China uiteen in losse gebieden, geregeerd door onafhankelijke militaire machthebbers, ook wel warlords genoemd. Dit had rampzalige gevolgen voor het platteland en leidde tot een hongersnood die vijf miljoen doden eiste.


De Vier Mei-beweging en de opkomst van het communisme

Het Chinese nationalisme kreeg nieuwe aandacht toen het Westen in het Verdrag van Versailles (1919) de Duitse gebieden in China niet aan China, maar aan Japan toekende. Het volk voelde zich in de steek gelaten, en dit leidde tot de [Vier Mei-beweging](![Vier Mei-beweging).

Deze beweging zette zich in voor modernisering van de republiek op bestuurlijk, sociaal en cultureel gebied. Ze keerden zich tegen het Westen en Japan en wilden, net als eerdere zelfversterkingsbewegingen, dat China zijn kracht en waardigheid terugwon. Ze verwierpen het confucianisme, streefden naar vrouwenemancipatie, vrijheid voor het individu en rationeel denken – idealen die ook in het Westen leefden.

Chinese democraten en nationalisten hadden gehoopt op steun van het Westen, maar het Verdrag van Versailles toonde de ware bedoelingen van de westerse mogendheden. Hierdoor richtten velen zich op de Sovjet-Unie, die niet alleen haar eigen ongelijke verdragen had afgeschafd, maar ook de Chinese ongelijkheid had veroordeeld.

In 1921 stuurde Lenin de Nederlandse communist School/6V/Geschiedenis/H3 - China/Begrippen/Henk Sneevliet naar China. Sneevliet richtte, samen met aanhangers van de Vier Mei-beweging, de Chinese Communistische Partij (CCP) op. De Sovjet-Unie steunde echter ook de KMT, omdat Lenin de CCP nog te zwak vond om zelfstandig de macht te veroveren.

De CCP sloot zich aan bij de KMT-beweging, en met hulp van de Sovjet-Unie – in de vorm van wapens en een goed georganiseerd leger – bestreden ze de warlords. Vanaf 1923 werkten ze samen in een Verenigd Front tegen binnenlandse verdeeldheid en buitenlandse invloed. Ook probeerden ze met stakingen de macht van de buitenlanders in de concessies te verzwakken, op dezelfde manier als eerdere Chinese bewegingen dat hadden gedaan.


China onder de nationalisten (1927–1949)

Na de dood van Sun Yat-sen in 1925 werd Chiang Kai-shek de nieuwe leider van de KMT. In 1926 lanceerde hij de Noordelijke Veldtocht (1926–1928), een plan om alle warlords uit te schakelen en China te verenigen. Dit deed de KMT met het Nationale Revolutionaire Leger (NRA). Hoewel ze in de minderheid waren, waren ze beter getraind, beter betaald en beter georganiseerd.

Ook kregen ze steun van nationalisten, democraten en anderen die een einde wilden maken aan de verdeeldheid in China. Omdat de soldaten beter betaald werden, plunderden ze minder en werden ze als helden ontvangen, ook door boeren.

In 1927 veroverde Chiang grote delen van China en vestigde hij de hoofdstad in Nanjing. Zijn machtspositie werd echter bedreigd door de communisten, die steeds meer aanhangers kregen. Daarop besloot Chiang de samenwerking met de CCP te verbreken. Dit leidde tot de Chinese Burgeroorlog (1927–1937 en 1945–1949) tussen de CCP en de KMT.


De Shanghai-massamoord en de Witte Terreur

Terwijl de troepen van de CCP voor de poorten van Shanghai stonden, sloot Chiang een overeenkomst met de machtigste misdaadbende in de stad. In ruil voor straffeloosheid mochten zij zich bezighouden met opiumhandel, prostitutie en gokken. Als tegenprestatie moesten ze afrekenen met de plaatselijke communisten.

Op 12 april 1927 begon de massamoord op duizenden communisten en arbeiders. Hierna verplaatste het “Witte Leger” (de KMT-troepen) zich naar andere steden en het platteland. Overal liet Chiang communisten en verdachte communisten executeren. Terwijl dit gaande was, verenigde hij China opnieuw. In 1928 veroverde hij Peking, maar hield Nanjing als hoofdstad van China.


Chiang Kai-shek’s autoritaire regime

Chiang herstelde in 1929 het centrale gezag en bouwde een autoritaire eenpartijstaat op. Hij noemde zichzelf “Il Duce”, een Italiaans woord dat aangaf dat hij absolute macht had – net als Mussolini, die zichzelf “Il Duce” noemde. Naar het voorbeeld van de Italiaanse Zwarthemden vormde Chiang de Blauwhemden: een fanatieke knokploeg die werkelijke of vermeende politieke tegenstanders naar willekeur oppakte, in elkaar sloeg, martelde en executeerde.

Ondanks de politieke onrust moderniseerde Chiang China ook. Hij bouwde de industrie uit, legde wegen, elektriciteitsleidingen en vliegvelden aan en verbeterde de infrastructuur. Ook lukte het hem een einde te maken aan de ongelijke verdragen. In 1927 sloot Chiang een akkoord met de VS, waardoor China het recht herkreeg om invoerrechten te heffen. Zo verkreeg het land wat meer zelfbeschikking.

Toch bleef de vooruitgang beperkt. Hoewel de steden zich ontwikkelden en een welvarende levensstijl kenden, was het platteland arm en onderontwikkeld – wat later hun ondergang zou worden. Nog steeds stalen ambtenaren belastinggeld, en gingen bendes ongestoord hun gang. Hoewel de warlords verzwakt waren, vochten ze nog steeds tegen de KMT, wat leidde tot bloedige gevechten met het nationale leger.


De opkomst van Mao Zedong en de Lange Mars

Chiang bestreed de communisten in de steden, waardoor zij vluchtten naar het platteland, waar ze bases opbouwden. In 1928 werd het Rode Leger opgericht om tegen het Witte Leger (KMT) te vechten. Ondanks grote aanvallen op de communistische bases, waarbij tienduizenden doden vielen, lukte het Chiang niet om ze volledig te vernietigen.

In een van die bases, in de zuidelijke provincie Jiangxi, riep de lokale communistische leider Mao Zedong in 1931 de Chinese Sovjetrepubliek uit. Hij riep de boeren (die 90% van de bevolking uitmaakten) op tot revolutie. Hij zette zich af tegen bestuurders, grondbezitters en klassenvijanden, die in het openbaar werden geëxecuteerd. Ook liet Mao tijdens zuiveringen zijn eigen partijgenoten doden.

Na een heftige tocht van het zuiden naar het noorden, waarbij 90% van de communisten omkwam, vestigden de overlevenden zich veilig in het noorden. Door deze Lange Mars (1934–1935) werd Mao de onbetwiste leider van de CCP.


De Tweede Chinees-Japanse Oorlog (1937–1945)

Japan heerste sinds 1909 over een deel van Mantsjoerije en wilde de rest van de Chinese provincie veroveren voor militaire en industriële doeleinden. In 1931 zette Japan een wreed, door fascisme geïnspireerd regime op. Japanse militairen zagen de Chinezen als minderwaardige wezens die als slaven konden worden gebruikt of gedood.

Om de Chinezen rustig te houden, stichtte Japan een zogenaamd onafhankelijk Keizerrijk Mantsjoekwo, met de laatste Chinese keizer op de troon: de inmiddels 28-jarige Puyi. Puyi was in een Japanse ambassade gevlucht, op de vlucht voor een warlord. De ongelukkige Puyi werd het symbool van deze marionettenstaat.

In 1936 werd Chiang door zijn eigen generaals gedwongen om samen te werken met de CCP en het Rode Leger om Japan te bestrijden. Samen vochten ze tegen de Japanners, maar door slechte samenwerking vochten ze vaak tegen elkaar.

Tijdens de Tweede Chinees-Japanse Oorlog (1937–1945), die samenviel met de Tweede Wereldoorlog, kwamen 15 miljoen Chinezen om het leven.


De opkomst van de communisten na de Tweede Wereldoorlog

Dankzij de Tweede Wereldoorlog moest de KMT zich richten op de Japanners. Hierdoor groeide de bijna uitgeroeide communisten weer aan. Zo kregen ze een vijfde van de bevolking onder controle, en groeide het Rode Leger uit tot 900.000 man. Ook deden ze tijdens de oorlog ervaring op met guerrillastrijd op het platteland. Bovendien maakten ze zich populair onder de boeren door grond van grondbezitters in beslag te nemen en te verdelen onder de arme boeren. Tegelijkertijd was iedereen die tegen de communisten was een verrader, die volgens de communisten vermoord moest worden.

In oktober 1945 organiseerden de Amerikanen een bijeenkomst tussen Chiang Kai-shek en Mao Zedong. Hoewel ze afspraken maakten, was het wantrouwen groot. Eind 1945 hervatte daarom de burgeroorlog weer.

Chiang kreeg wapens en steun van de VS, terwijl Mao steun en wapens ontving van de Sovjet-Unie. De twee strijdmachten hadden zelf weinig invloed over het verloop van de oorlog in China.


De val van de KMT en de overwinning van de communisten

Steeds meer burgers waren tegen de regering van Chiang, omdat deze de economie en het bestuur in haar gebieden niet op orde kreeg. Corrupte officieren en KMT-functionarissen persten het volk af, terwijl het volk leed onder hongersnood en armoede. De officieren leefden intussen in luxe en gaven feesten, terwijl de Chinese inlichtingendienst genadeloos optrad tegen iedereen die verdacht werd van sympathie voor de communisten.

Hoewel beide kanten meedogenloos waren, maakten de communisten een betere indruk op het volk. Zij waren kundig en oprecht. Studenten en andere ontwikkelde mensen dachten dat de communisten een einde zouden maken aan corruptie en onrechtvaardigheid in de steden.

In 1948 veroverden de communisten Mantsjoerije. Vanaf januari 1949 namen ze ook Peking, Nanjing en Shanghai over.


De Chinese Revolutie en de stichting van de Volksrepubliek China

Op 1 oktober 1949 vond de [Chinese Revolutie](![Chinese Revolutie) plaats, toen Mao Zedong de Volksrepubliek China uitriep boven de Toegangspoort van de Verboden Stad op het Tiananmenplein. Peking werd de hoofdstad van de Volksrepubliek China.

In 1950 hadden de communisten heel China onder controle, met uitzondering van het eiland Taiwan. Daar zette Chiang Kai-shek met anderhalf miljoen aanhangers de nationalistische Republiek China voort.

De communisten konden Taiwan niet aanvallen, omdat ze werden gesteund door de VS. Ook in de VN werd Taiwan erkend als de wettige vertegenwoordiger van heel China, terwijl de communisten de Volksrepubliek China als de enige legitieme Chinese staat zagen. Voor de communisten was Taiwan niets meer dan een afvallige provincie.

{EXTRA} School/6V/Geschiedenis/H3 - China/Begrippen/Henk Sneevliet

Transclude of school/6v/geschiedenis/h3---china/begrippen/henk-sneevliet