Checklist

  • Je kunt het verschil uitleggen tussen een ethogram en een protocol en deze kunnen opstellen. ✅ 2024-10-05
  • Je kunt uitleggen wat antropomorf betekent en voorbeelden van antropomorfe beschrijven kunnen benoemen uit een tekst ✅ 2024-10-05
  • Je kunt het verschil uitleggen tussen een sleutelprikkel en een supernormale prikkel. ✅ 2024-10-05
  • Je kunt de verschillende vormen van conflictgedrag benoemen, uitleggen en herkennen uit een stuk tekst: ambivalent gedrag, omgericht gedrag, overspronggedrag
  • Je kunt uitleggen wat territoriumgedrag is
  • Je kunt uitleggen wat associatief leren is

Samenvatting

Als je het gedrag van een dier of een groep dieren gaat doen maak je eerst een ethogram. Dit is een lijst met dingen die je denkt dat er gaat gebeuren, vaak een afkorting en beschrijving. Deze afkortingen gebruik je in je protocol.

Een protocol is een tabel met tijden en hoe vaak het dier iets doet. Hierbij gebruik je de afkortingen die je hebt opgesteld in je ethogram.

De tak van de wetenschap waarbij je het gedrag van dieren bestudeert noem je ethologie.

LET OP: Bij het opstellen van een ethogram de dingen die een dier doet objectief neerzet. Als je namelijk het subjectief neerzet krijg je een antropomorf. Voorbeelden van een antropomorf zijn:

  • De olifant at blij zijn eten op
  • De kat krabde de bank gefrustreerd
    Hier onder staat hoe je het wel moet formuleren in een ethogram (objectieve waarneming) en hoe je dat dus niet moet doen (subjectieve waarneming)

2 nieuwe soort prikkels

Naast de inwendige prikkels en uitwendige prikkels hebben we ook 2 nieuwe prikkels:

  • De sleutelprikkel
  • De supernormale prikkel

De sleutelprikkel

Een sleutel prikkel is een prikkel waarbij altijd dezelfde reactie wordt gegeven. Er is een bepaalde vogelsoort waarbij de kinderen op een rode plek van de moedervogel kunnen tikken. Waarna de moeder een stuk verteerd voedsel geeft aan haar kind. Hierbij zijn er 2 sleutelprikkels. Het op de rode punt op de snavel tikken door de babyvogel. En het uitbraken van eten door de moeder als er iemand of iets op de rode punt tikt. Er is namelijk een prikkel: op rode punt van de snavel getikt worden. En daar is altijd hetzelfde response: uitbraken van voedsel dus is het een sleutelprikkel.

De supernormale prikkel

Maar wat nou als we de contrast van het rode punt op de gele snavel zouden veranderen waardoor een groter contrast er door ontstaat: een zwarte punt op een witte snavel wat dan. Als de babyvogels dit zien gaan ze juist vaker er op tikken. Dit is een versterkte prikkel daarom noemen we dit een supernormale prikkel.

Dieren leren snel

Dieren leren snel dit is handig om te overleven. De eerste manier van leren is inprenting en dit is een korte gevoelige periode in je leven iets leren. Dit is vaak net na de geboorte. Bij mensen is dit bijvoorbeeld een taal leren dit gebeurd in de eerste paar jaar van hun leven. Of hoe weet een kuiken wie zijn moeder is. Dat is ook door inprenting. En de tweede manier van leren is associatief leren: dat in een prikkel kopellen aan een andere prikkel. Dit kan bijvoorbeeld zijn het geluid van bijen dieren gaan hier niet naar in de buurt omdat ze weten dat bijen pijn kunnen doen. Ze associëren gezoem met pijn.